Door: Jan Water
In 1997 is dit verhaal in het blad MetName geplaatst.
De voorlaatste vakantiedag, juist tijdens de hittegolf, pakten we puffend de meeste spullen al in, na vier weken kamperen op Lange Paal op Vlieland. De volgende morgen zou de taxi onze spullen naar de vroege boot brengen.
‘s Middags halverwege de klus staakten we maar en gingen wat verlept naar het strand om verkoeling te zoeken. Wie kon toen vermoeden dat we die dag, toch nog voorzien van nieuwe energie zouden beëindigen.
We wisten dat we nog een keer naar ons strand zouden gaan omdat we ten afscheid met enkele bevriende gezinnen die avond nog een kampvuur zouden maken. We troffen hen op het strand en ze herinnerden ons aan de belofte aan de kinderen, om samen bij Het Posthuys nog pannenkoeken te eten. Na een paar uurtjes bakken in de zon, pakten we de fietsen en togen over de schelpenpaadjes naar het eind van het eiland. Helaas was een lekke band ons voorgerecht.
Het eten op het terras werd opgevrolijkt door een van de kinderen met het plakken van de band. Ook sprong er spontaan een band van een huurfiets. Die bleek aan een Duitser toe te behoren. Deze plakte de band, onverstoorbaar met een pul bier naast zich. Tot verbazing van het hele terras haalde hij het hele voorwiel eruit om de binnenband volledig los van de fiets te plakken.
Na het onvermijdelijke ijstoetje fietsten we weer naar de bewoonde wereld. De helft van de club ging door naar de veerdam om weekend-gasten van de avondboot te halen. Wij gingen toch nog maar even verder met inpakken.
Om tien uur trokken mijn vismaat en ik voor de laatste maal samen naar het strand om bij opkomend water te gaan vissen. Het had eigenlijk weinig zin omdat de zee spiegelglad was en weinig zeebaars beloofde. De inmiddels ondergegane zon kleurde de horizon nog prachtig. We zetten de visspullen en de benzinelamp regelmatig terug, om te voorkomen dat deze door de vloed onder water kwamen. Om half twaalf passeerde de truck van de Vliehors-Express vol toeristen en toeterde vrolijk. Het was altijd even opletten dat hij in het donker niet over je spullen reed.
Inmiddels waren de anderen gekomen en drijfhout aan het verzamelen voor het vuur. Het werd een mooi klein vuurtje, waar rond middernacht bijna iedereen om heen zat te praten, goed voorzien van een natje en een droogje. Toen het water terug begon te lopen en we nog niks gevangen hadden, gingen we ook maar naar het kampvuur. Van teleurstelling was weinig sprake, want dat het bestand aan schol weer aantrok hadden we reeds eerder ondervonden.
We deden de grote lamp maar uit en ineens bleek dat de zee oplichtte: er was zeevonk. De rollers van de weinige golven waren in het volledige duister van afstand te zien. De kinderen vroegen of ze mochten zwemmen, want dat moest zo spannend zijn. Enthousiast holde een hele club het water in en raakte onmiddellijk in extase. De enkele lichtpuntjes aan je voeten als je door het water liep, bleken over te gaan in een volledige gloed om je gehele lijf als je zwom. Elke beweging in het water werd omlijst met een dertig centimeter brede fluorescerende strook. Het was een fantastisch onwerkelijk effect en de opgetogen kinderen doopten het “het Jomanda-effect”.
Ik rende naar de vloedlijn, waar de rest geanimeerd stond te praten, maar zich wel afvroeg waarom die zwemmers niet terug kwamen. De mededeling dat ze dit niet mochten missen werd niet opgevolgd, vooral ook omdat er nauwelijks badkleding voorradig was. Maar toen ook de kinderen hetzelfde bij hun ouders kwamen bepleiten, ging toch het merendeel overstag. Onder dekking van de duisternis gingen ze wat sceptisch het water in, om er zeer enthousiast weer uit te komen. De feestvreugde vond zijn hoogtepunt toen een van de kinderen op een platvis kwam te staan en stevig op de been bleef. Een ander haalde het nog plattere dier onder de voet vandaan en de schol werd triomfantelijk aan de vloedlijn getoond en weer losgelaten. Tot grote hilariteit bleek het wegzwemmende beest in het ondiepe water door het fluorescerende spoor meters lang te volgen.
Pas na een uur was iedereen uitgezwommen en droogde zich met de schaarse handdoeken af. Het kampvuur werd met zeewater goed geblust. Dat bleek nog knap lastig maar dat kwam volgens de kinderen natuurlijk door de zeevonk in het water. Onder een volledige sterrenhemel fietsten we opgetogen door het duin weer terug naar de camping.
Hoewel het een korte nacht was, ging ons het inpakken ’s morgens snel af. Dat kwam vast door de nachtelijke instraling.