Lange Paal in mijn jeugd.
Door: Roelof Varkevisser
Zoals velen weten is de familie Varkevisser al heel lang gast op de Lange Paal.
Dat gaat terug tot in mijn jeugd, ik zal toen zo'n jaar of 9 geweest zijn, dus dat zal in '63 geweest zijn.
Het was net nadat je niet meer op volle zee hoefde over te stappen. Mijn nicht, die nog wat eerder op Vlieland kwam heeft dat nog wel meegemaakt.
Toen voer er namelijk alleen een boot op Terschelling, en de gasten voor Vlieland werden dan vanuit Vlieland opgehaald op een kleiner bootje, waarbij men dus 'bepakt en bezakt' over moest stappen vanaf de Terschelling-boot op dat bootje. Bij mijn weten heeft datzelfde bootje nog jaren dienst gedaan als 'overstap'-bootje tussen Vlieland en Terschelling. Maar goed, dat heb ik dus net weten te missen.
Wij stonden in een 'circus'tent meestal op het bokkeweitje. Het bokkeweitje is de driehoek tussen de weg en het huis, waar nu meestal een aantal paarden lopen. Toendertijd was het een deel van de camping. Jan Jager (of zijn voorganger) heeft dat op een gegeven moment gesloten omdat er eigenlijk teveel gasten op Lange Paal kwamen, waardoor de toeristen-druk op de omgeving te hoog werd.
Die tent is een verhaal op zich. In 1960 was er nog geen sprake van 'de Waard' en ons gezin bestond toen uit drie kinderen van 6-8 en twee wat ouderen 12-16. Ruimte was dus wel gewenst, maar de beurs van mijn ouders was niet echt goed gevuld. Mijn vader heeft toen zelf een tent ontworpen en laten naaien, iets in oranje en blauw en min of meer rond, vandaar dat die tent tot 'circus'tent is omgedoopt.
Er wordt nu af en toe gesproken over nieuwe toilet-gelegenheden op de Lange Paal, in mijn beginjaren bestond de toiletgelegenheid uit kraantjes op het veld (het kraantje op het duinveld stamt nog uit die tijd) en latrine's in de bosjes tussen het bokkeweitje en het duinveld. Simpelweg een groot gat in de grond, een balk om op te zitten en een hokje eromheen. Gat vol?, een nieuw gat, balk en hokje verplaatsen en klaar was Kees.
Gelukkig is dat verbeterd, want door het gebrek aan heet afwaswater en de minder hygienische toestanden om die latrines heen was een buikgriepje snel opgelopen.
Zoals we nu steeds tegen onze kinderen zeggen, schoenen of slippers aan vanwege het gevaar op bijen te trappen, zo zeiden onze ouders dat ook maar dan vanwege het gevaar een flinke splinter van een duindoorn of kruipwilg op te lopen. Die groeiden toen nog over het hele veld. Ik herinner mij nog een gigantische jaap in mijn voetzool. Door consequent maaien zijn die toch langzaam maar zeker verdwenen en is daar (door bemesting?) klaver met bijen voor in de plaats gekomen.
De aankomst met de boot was hetzelfde als nu, alleen de wagentjes waarin men zo handzaam je
bagage kan zetten ontbrak volledig. Alles werd in vakken op de boot gestouwd en als die vol
waren was er altijd nog ruimte onder het balkon. Daar lag dus 's zomers altijd een gigantische
bult. Mijn ouders waren als één van de eersten met een bagagewagentje in de weer. Alleen was
er het eerste jaar nog geen vervoerder op het eiland die dat aankon, zodat mijn vader besloot
dat karretje dan maar naar Lange Paal te duwen. En dat met een karretje zonder steunwieltje
aan de dissel. Het regende dat het goot, dus regenjassen en -broeken aan. Ik (als jongetje
van 8-9) zou hem wel helpen. Nu ik zelf kinderen in die leeftijd heb, snap ik pas goed waarom
hij zo graag wilde dat ik voorop die kar ging zitten (als contra-gewicht), ipv dat ik hem
hielp duwen(en ondertussen natuurlijk aan die dissel hing)
Mijn oom Jong had een karretje in elkaar gefabriekt van twee autopeds. Tevens was dat een (bijna) perfecte zeilwagen.
Er waren slechts twee problemen. De bestuurder mocht niet te zwaar zijn.
Ik had precies het goede gewicht dus dat was een probleem minder.
En, ga het nooit proberen bij zuidwestenwind. Ik was zomaar bij het strandhotel,
maar toen moest het hele spul weer terug.
Mijn vader was meer een iemand van tentje op de rug en trekken, zodat wij meestal samen met mijn moeder en een
tante met haar kinderen aan ons 'lot' werden overgelaten op Vlieland. Dat was geen enkel probleem, wij redden
ons best. Ik herinner mij nog goed een vakantie met veel regen en wind, maar wij vermaakten ons toch prima.
Die twee vaders hadden thuis de weerberichten aangehoord (stormweer, windkracht zoveel, veel regen) en hadden
besloten die 'arme' vrouwen en kinderen maar op te halen. Veel comunicatie was er niet, mobieltjes bestonden nog
niet en de dichtbijzijnde telefooncel stond bij het oude postkantoor (tegenover de huidige 'Likkebaard').
Wat waren wij boos toen we terugkwamen uit het dorp
met tassen vol eten en boeken uit de bibliotheek (het regende tenslotte, dus er werd behoorlijk wat gelezen)
en onze tenten lagen al deels plat en in de zak. Het had van de moeders niet gehoeven, en wij kinderen vonden
het klinkklare onzin om vanwege zo'n 'buitje' een week eerder naar huis te moeten, maar ja, wij hadden ons als
kinderen ons er maar bij neer te leggen.
Roelof